prev next

Hamit Karakus

“Alle culturen en mensen in Nederland hebben veel meer overeenkomsten dan verschillen. Polen, Turken, Italianen, Surinamers, iedereen die hier naar toe is gekomen wil het beste voor hun kinderen. We moeten met z’n allen onze samenleving maken.”

Als zevenjarige ben ik naar Nederland gekomen. We woonden in Steenwijk, dat destijds een kleine Turkse gemeenschap had. In 1987 ben ik de politieopleiding gaan doen. Samen met een Surinaamse vrouw was ik daar één van de eerste allochtonen. Het was eigenlijk de tijd dat bij de politie het emancipatieproces startte. Een allochtoon en een vrouw, dat was toen echt uniek.

Na mijn opleiding ben ik in Rotterdam aan het werk gegaan. Om je eigen positie te verdedigen en op te bouwen moest je ook echt het gevecht aangaan met het autochtone én het allochtone kamp. Het was niet zo makkelijk om me los te koppelen van de ‘standaardverwachting’ binnen de Turkse gemeenschap. De standaardregel die daar gold, was om na school te gaan werken om geld te verdienen. Ik werd aangekeken en het werd me zelfs kwalijk genomen dat ik een stap vooruit wilde. Mijn ouders werden benaderd met de vraag: ‘Wat gaat je zoon doen? Hij had goed werk, het ging zelfs zo goed dat je trots op hem mocht zijn en nu gaat hij opeens naar de politieopleiding?’

Een opleiding volgen, meer kennis verzamelen; nou, dát was eng. Binnen de Turkse gemeenschap leefde toen nog heel erg het idee dat men ‘terug zou gaan’. Die gedachte heeft mij belemmerd. Ik kreeg het advies om naar de havo te gaan, maar onder druk van de omgeving mocht dat niet van mijn ouders. Ze vonden dat ik niet zo veel had aan een theoretische opleiding en dat ik beter de praktische kant op kon gaan. Ik heb toen LTS-C metaaltechniek gedaan. Ik denk dat er veel meer generatiegenoten op deze wijze belemmerd zijn om door te leren. In die tijd was ik een beetje tegendraads en ik dacht ‘het zal allemaal wel’. Het enige wat ik wilde, was het voor mezelf creëren van een plek in de samenleving. Dat is ook mijn motivatie geweest om door te gaan.

Binnen de politieorganisatie voelde ik me anders dan anderen omdat er benadrukt werd dat ik anders was. Naar de autochtone collega’s toe moest ik me bewijzen omdat het in het korps voor het eerst voorkwam dat een Turk in een uniform een politiebureau binnen stapte. Gelukkig verliep mijn carrière voorspoedig en ook het vooruitzicht was goed. Ik had het hartstikke goed bij de politie.

Lees het hele verhaal in het boek ‘Generatie YEP’.

  • Hyves
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google Bookmarks
  • del.icio.us
  • Digg
  • MySpace

Comments are closed.